Op ongeveer 130km van Bangkok ligt de provincie Kanchanaburi. Hier gaan we de komende dagen in een drijvend jungle hotel overnachten. Best spannend want we zijn bijna letterlijk afgesloten van de buitenwereld. Het hotel is alleen bereikbaar per long-tail boot en het is ook nog ongeveer een half uur varen vanaf de busplaats.
Die ochtend vertrekken we al vroeg richting de grootste en bekendste drijvende markt van Damnoen Saduak. Om er te komen, nemen we eerst zelf een bootje naar de markt waar we vervolgens genoeg tijd hebben om inkopen te doen.
Vrouwen in houten bootjes peddelen door de kleine kanalen van de stad. De bootjes liggen soms afgeladen vol met groente en fruit, kleding, stro hoeden en andere souvenirs. Ik denk dat dit echt de meest uitgelezen plek is om de laatste gaten in je bagage op te vullen met souvenirs. Aangezien mijn reis nog maar net is begonnen kan ik me aardig inhouden. Maar ook hier kun je zien dat de modernisering aan het toeslaan is.
Uiteindelijk belanden we bij een “Hollandse” koffiebar met de geveltekst ‘heerlijk bakkie koffie’. Na een lekker sterk bakje koffie vervolgens we onze reis naar Kanchanaburi.
Kanchanaburi ligt helemaal tegen de grens met Birma aan. Prachtige ongerepte natuur, maar tegelijkertijd ook 1 met een duister verleden. In de tweede wereldoorlog dwongen de Japanners (die toen Thailand bezette) geallieerde soldaten een spoorweg te bouwen naar Birma, het huidige Myanmar. Duizenden mensen zijn omgekomen door de leefomstandigheden waarin toen gewerkt werk aan de “Death Railway”. De eerste versie van de brug bestond voornamelijk uit hout, maar is na een bombardement vervangen door staal.
Wij hebben een bezoek gebracht aan de Thailand-Birma Railway Centre. Als je binnen komt staat er een grote maquette van de omgeving en kun je goed zien welke rol Kanchanaburi gespeeld heeft tijdens de tweede wereldoorlog. Het museum neemt je vervolgens mee door verschillende ruimtes waar goed te zien is hoe de geallieerde soldaten behandeld werden en hoe de spoorweg gebruikt werd toen het hele project eindelijk afgerond was. Ook was er nog een oude zwart-wit video te zien met beelden uit een van de kampen. Iets wat op mij veel indruk heeft gemaakt.
Aan de overkant van het museum ligt de begraafplaats voor geallieerde soldaten. Van de 7000 mensen die op deze begraafplaats liggen, zijn er ongeveer 3000 van Nederlandse afkomst. De rest is voornamelijk van Britse of Australische komaf.
Vanaf deze plek vervolgen we onze reis naar de oever van de River Kwai. Hier ligt een groot vlot op ons te wachten, waar we gezellig gaan lunchen en die ons vervolgens richting de beroemde brug gaat varen.
Nadat we onder de brug doorgevaren te zijn, meren we af aan de oever zodat we al lopend naar de andere kant van de brug kunnen. Al schuifelend lopen we over de houten en stalen leggers van de brug naar de overkant. Toch geeft het wel een raar gevoel als je eenmaal over de brug loopt.
Na het bezoek aan de brug zoeken we onze bus weer op die verderop op de parkeerplaats al op ons staat te wachten. Die gaat ons naar een ander stuk van de spoorlijn brengen. Daar ligt nog een oorspronkelijk deel van de “Death Railway” en wij gaan een korte treinreis maken over dit deel. Onze gids adviseert ons om aan de rechterkant van de trein te gaan zitten, langs de ramen. En gelijk krijgt ze. Wat een schitterend landschap krijgen we te zien. Eerst rijden we een stuk stijl langs de rivier en zie je hoe hoog we eigenlijk rijden met de trein, maar op een gegeven moment gaat de trein vrij stijl naar beneden, richting te vlakke land. Na een half uur in de trein rijden we een stationnetje binnen waar de bus ook al weer staat te wachten op ons. Na een lange vermoeide dag gaan we vol nieuwe indrukken van dit geweldige land terug naar het hotel.
Vandaag staat er een vrije dag gepland, maar iedereen doet mee aan de optionele excursie. We gaan eerst kanoën over de River Kwai en daarna op de mountainbike weer terug richting hotel. Twee aan twee stappen we in de kano om vervolgens bijna 15km verderop weer aan de kade te klauteren/stappen. Sommige mensen uit de groep dachten er een soort sightseeing kanotocht van te maken en hebben zigzaggend over de rivier zo’n beetje de dubbele afstand afgelegd en waren daarna erg blij om weer op de kant te staan. Na een korte koffiestop zijn we op de mountainbike gesprongen om nog meer van de omgeving te zien. Omringt door allemaal hoge bergen was de tocht toch redelijk vlak en goed te fietsen. De gids liet ons onderweg ook allerlei planten en gewassen zien die in Thailand veel verbouwd worden. Op het eind van de fietstocht zaten nog wel een paar “kleine” beklimmingen en net als je denkt ‘ik kap ermee’ zie je in de verte eindelijk het hotel liggen. Daar aangekomen mochten we een heerlijke duik in het zwembad nemen. Iets waar we geen nee tegen zeiden. Na een klein half uur vertoeven in het zwembad was de lunch klaar. Dus snel even omkleden en daarna genoten van een overheerlijke lunch.
Na het eten vertrokken we per long-tail boat naar ons eigen hotel waar ik de rest van de middag lekker in de hangmat heb doorgebracht. Nou als dat geen vakantie is, dan weet ik het ook niet meer.